Een bijzondere vakantie (17)

Jan is met zijn ouders en zus Astrid op vakantie.
En weet je waar ze slapen?
Niet in een hotel of camping.
Maar bij vrienden van zijn ouders.
Die hebben een woonboerderij in Limburg.
Daarnaast staat een oude stal met een dak van riet.

Vroeger verbleven daar de koeien, als dat nodig was.
Die ruimte is natuurlijk goed schoongemaakt en je kunt er goed op lopen en liggen. Er liggen een aantal matrassen gevuld met stro.
Natuurlijk is er ook een w.c. en wasgelegenheid.
Heel eenvoudig net als op veel campings.
Familie, vrienden en bekenden kunnen daar komen, als ze er zin in hebben.
Wel op tijd afspreken natuurlijk, want vol is vol.
En iedereen moet de boel schoon achter laten!

En weet je waar die boerderij ligt?
Helemaal in het onderste puntje van ons land, dicht bij het plaatsje Vaals.
Je ziet vaak langs de kant van de weg een bord staan.
Ze wijzen je de weg naar een stad of dorp, maar ook naar vele dingen,
die leuk zijn om naar toe te gaan.
Vanuit Vaals kun je bij voorbeeld de hoogste berg van Nederland oplopen.
Daar vind je het “Drie-landen-punt”. Dat is een plaats waar drie landen elkaar raken. Daar worden veel foto’ s gemaakt!

Er staan 3 rechtop staande sierstenen.
Als je wilt kun je in drie landen tegelijk zijn. Stel het je maar eens voor!
Een stukje van de volgende landen: Nederland, België en Duitsland.
Boven op de berg is best veel te beleven!
Je kunt er een toren beklimmen.
Je kunt heel ver kijken als je boven bent.

Jan en Astrid hebben veel lol in en buiten de stal.
Ze zijn er nu 2 dagen en nachten.
Slapen op stromatrassen was wel even wennen.
Maar ze slapen lekker in hun van huis meegenomen slaapzakken.
Die van Jan valt wel op.
Dat is een paars geval.
Die van Astrid is blauw met heel veel bloemen.

Er is hier en daar ook een paardenbloem te zien.
Die bloemen heeft Astrid eens goed bekeken toen ze nog thuis was.
Die had ze ook achter in hun tuin gezien toen ze nog thuis waren.
Er stonden ook uitgebloeide tussen.
Op die bloemstengels zaten witte pluizige bolletjes.
Toen ze er tegenaan blies, waaiden de pluisjes met de wind mee.

Morgen gaan ze naar Vaals.
Er is daar veel te beleven!
Vroeg naar bed en op tijd er weer uit.
Astrid kijkt nog even door het raam van de staldeur naar buiten.
Hè, wat is dat nou?
’t Lijkt wel of er een dikke knikker op het raam vast zit!
Dat kan toch niet.
Ze ziet ook allemaal strepen op het glas. Wat raar!
“Paps, kijk eens, wat is dit”.
Pa begint te lachen.
“Dat is een slak, die is aan het wandelen, nou ja wandelen, met zijn huisje op zijn rug.
Hij kruipt en zoekt zo zijn weggetje.
Hij laat een spoor na, zie je dat?”

De volgende morgen gaan ze op weg.
Een prachtige tocht door de heuvels. Ze zien veel moois! Het Drielanden punt. Maar ze klimmen ook omhoog in een toren. ” De Wilhelminatoren”.
Wat een uitzicht!.
“Hé Pa, daar komt rook uit de schoorsteen” roept Jan.
“Daar is een bakker aan het werk.
Daar staat met grote letters: “Heerlijke Limburgse vlaaien”.
“Lekker”, zegt Ma,
“Daar kopen we er straks een van”.
“Wat hangt daar in de lucht, daar boven dat plein”, vraagt Astrid.
“Dat zie je toch wel. Een paar weken geleden zag je er veel meer”, zegt Jan.
“Och, een vlieger, ’t is wel een hele mooie”.

Als ze weer beneden zijn, gaat Ma een vlaai kopen.
Ze verkopen er ook pannenkoeken.
Mam hoeft geen twee keer te vragen of ze daar zin in hebben.
In de winkel is ruimte om ze zittend op te peuzelen; met alles wat erbij hoort.
Wat hebben ze toch een geweldige dag!
Ze willen alles nog wel eens een keer beleven.
Dus……..

 

De tien woorden in dit verhaal zijn: vlieger, toren, paardenbloem, slak, stal, rook, berg, paars, riet en bord

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *