Van Albert naar Christel

Het eerste hoofdstuk uit het boek van Aly Liefhebber ‘Kleuters die mogen blijven en hun juffen ook…’

Albert

Het is alweer acht jaar geleden dat Albert met nerveus trillende vingers en een gespannen gezicht een moeilijk vergelijkingsspel maakte. Hij was er, op mijn aandringen en om mij tevreden te stellen, zonder enig enthousiasme aan begonnen. Het is achteraf moeilijk te reconstrueren, maar het was alsof ik in een flits tot bezinning kwam over mijn manier van omgaan met kinderen en het onderwijs aan kleuters.
Tot dan leefde ik in de veronderstelling dat kleuters, als voorbereiding op de functionele vaardigheden in groep drie, alle kastspelletjes – in stappen van gemakkelijk naar moeilijk – onder de knie dienden te hebben. Fanatiek noteerde ik alles in mijn klassenboek, zodat ik de volgende stap kon voorbereiden. Tussendoor moest er voor handvaardigheid nog een flinke productie tot stand worden gebracht door alle kinderen. Vaak waren dit kopieën van een door mij bedacht vóórontwerp, met als enige eigen inbreng de door hemzelf bedachte versiering. En natuurlijk deed ik op gezette tijden de speelwerkbladen om de functieontwikkeling te stimuleren.
Ik besloot me te gaan verdiepen in vernieuwend onderwijs. Door de Werkgroep Kritische Kleuterleidsters (W.K.K.) kwam ik in aanraking met het Ervaringsgerichte Kleuteronderwijs, ontwikkeld door Prof. dr. Ferre Leavers, verbonden aan de Universiteit van Leuven. Deze vorm van omgaan met kinderen sprak mij zo aan, dat ik besloot om op deze manier te gaan werken.
Nu, na zeven jaar, ben ik nog steeds erg tevreden met de veranderde lespraktijk. In dit verhaal geef ik een eerste kennismaking met ervaringsgericht kleuteronderwijs. We volgen een enkel kind op de voet.

Christel

Christel komt om 8.20 uur, duwend achter de wandelwagen waarin haar eenjarig broertje zit, de gang door. Samen met haar mama manoeuvreert ze de wagen, tussen de op de grond zittende kleuters door, naar een hoek van de klas.
Ze knuffelt haar broertje even, pakt het “Mens erger je niet”-spel uit de kast en zoekt een plaatsje op de grond, waar ze het grote magnetische bord neerlegt.
Mama en Christel gaan beiden aan een kant van het bord zitten om het spel te spelen.
Er melden zich nog twee liefhebbers en al gauw zijn ze erg fanatiek bezig. Moedig ondergaan ze het onvermijdelijke afgooien en groot is het plezier als ze de anderen dezelfde streek leveren. De sociale controle onder elkaar is groot.
Het spel wordt bijna nooit helemaal uitgespeeld, want de afspraak is dat ze mogen stoppen, als elke speler een pion in het hokje heeft. Om vijf voor negen is het zover.

De hut

Nadat Christel mama en broertje heeft uitgelaten en nog even voor het raam heeft gezwaaid, huppelt ze naar het speellokaal waar ze haar schoenen verwisselt voor gympen. Ze gaat naar de sjouwkisten, want ze wil bij het wandrek een hut bouwen. Robert en Erik vragen of ze mee mogen doen. Christel stemt toe en geeft hen de opdracht om kisten en rubber blokken te halen. Het moet een grote hut worden met muren van drie op elkaar gestapelde kisten. Er doet zich een probleem voor als er nog een behoorlijk stuk muur openblijft.
Dan bedenkt Christel, dat er toch ook een grote deur in het huis moet en ze haalt de brancard die ze op de lange kant neerzet. Hiermee is het probleem opgelost. Ze haalt gordijnen en vraagt aan de beide anderen om twee planken te pakken. De planken zet ze réchtop aan de buitenkant van de muur tegenover het wandrek. Het gordijn klemt ze tussen de planken en kisten in. Dan stapt ze over de deur naar binnen, pakt het andere eind van het gordijn beet en bindt het aan het wandrek vast met een paar knijpers, die Robert voor haar heeft gehaald.
Tevreden bekijkt ze het resultaat en gaat nu de hut inrichten met allerlei spullen uit het speelhuis in de spelletjesklas. Inmiddels is wel het gordijn tussen de planken en de muur geglipt. Geen probleem! Christel spant het opnieuw en zet het vast. Ditzelfde ritueel herhaalt zich nog vier keer. Zonder boos of opstandig te worden, repareert ze keer op keer de schade.
Het spel in de hut is inmiddels in volle gang. Christel heeft de rol van grote zus (de moederrol bindt haar misschien te veel aan huis en bovendien kan ze dan ook niet meer spelen). Erik is vader en Robert kind. Zij bedenkt de spelsituaties en neemt de leiding, overigens in samenspraak met de anderen.

Bootcaravan, krokodillen en politie

De familie gaat met de bootcaravan op vakantie. Vader pakt het autostuur en neemt plaats in het onderste deel van de klimtoren. Grote zus en kind klimmen, nadat ze telefoon, voedsel en drank hebben ingeladen, op de bovenste verdieping. Inmiddels zijn er meerdere kinderen bij het spel betrokken. Ze hebben eerst keurig aan Christel gevraagd of ze mee mogen doen. Dat is een afspraak die ze zelf hebben gemaakt tijdens een ander spel. Toen was er een jongetje zonder vragen mee komen doen.

“Waarom mag ik niet meedoen?”
“Omdat je dat niet hebt gevraagd.”
“Waarom moet ik dat aan jou vragen?”
“Omdat ik het heb bedacht.”
“Mag ik meedoen?”
“Ja, dat mag.”

De nieuwkomers vormen een deel van het gezin, waarin Eva de rol van moeder op zich neemt. De anderen zijn broers en zussen. Ze wonen nu in de hut van Christel die, al varende, lange telefonische gesprekken met moeder voert. Er zwemmen nu drie jongens als krokodillen rond de bootcaravan en ze maken de bewoners bang. Christel belt om politiehulp. Agenten met vervaarlijk uitziende geweren schieten te hulp. Nu ontstaat er een schiet- en verstopspel: de krokodillen verschuilen zich in een ton en in een doos, maar zodra ze zich vertonen volgt er veel “gepang”. Er komen meer krokodillen, de hele groep doet nu mee aan dit spel. Alleen Colin (jongste kleuter) staat erbij te kijken. Dan valt het kind in het water, maar gelukkig kan het nog net worden gered door de vader, waarna de politieagenten erin slagen de krokodillen te doden.
Het is al half elf. De meeste kinderen hebben al gegeten en gedronken.  De anderen nemen er nu rustig de tijd voor. Ondertussen bedenken ze, dat ze straks nog naar de speeltuin willen. Grote zus vraagt aan moeder Eva of die het goed vindt. Maar dan moeten ze wel voorzichtig doen, zegt deze.
Er wordt geklommen, geduikeld, gewipt, gegleden, gesprongen en gerend tot ik om elf uur het sein tot opruimen geef.
Samen hebben we in tien minuten alles opgeruimd en zittend op het kleed praten we nog een poosje na over het spel van deze morgen.  Om twaalf uur gaat de school uit.

Van pinkeltje tot pik

’s Middags beginnen we in de kring. De kinderen mogen een keuze maken uit de volgende onderwerpen: voorlezen (zij mogen het boek bepalen), muziek, zangspelen en rijm- of raadspelletjes. De meeste stemmen gelden, maar als het aantal stemmen gelijk is, doen we twee onderwerpen.  Vandaag worden het zangspelen en een verhaal uit Pinkeltje. De oudsten willen graag het geheim-taalraadspel in een apart groepje. Samen bepalen we de keuze van de zangspelen. Het worden: ”We gaan op reis naar Londen”, “Verhuizen”, en “Jan en Piet gaan dansen”. Dit is een groepsgebeuren waaraan alle kinderen meedoen. Het is de gewoonte dat een oudste kleuter een jongste kleuter als spelpartner kiest.

Dat vraagt verantwoordelijkheid van de ene groep en geeft veiligheid voor de ander. Zo zijn we een half uur bezig en gaan dan terug naar het kleed om te luisteren naar de avonturen van Pinkeltje. Duimen verdwijnen in monden, een paar kleintjes gaan liggen. Na dit onderdeel gaan de kinderen die niet mee willen doen aan het geheimtaal-raadspel, spelen. De meesten kiezen een rustig kastspelletje (kwartetten), of gaan tekenen of verven.

Vijf kinderen, waaronder een jongste kleuter, blijven zitten en bedenken een woord, dat ze met gebarentaal aan de anderen duidelijk moeten maken. De openingswoorden zijn niet moeilijk te raden. Het zijn meestal poep en pies. Wim heeft binnenpret en weet een woord dat volgens zijn zeggen nog nooit is geweest. Hij maakt drie lettergebaren en de kinderen spellen: p, i, k. Ze kijken naar mijn reactie en als ik zeg dat dit ook een woord is, volgt er uiteraard een discussie. Ons vieze-woorden-repertoire is nu uitgebreid tot drie. Christel is heel vaardig in deze gebarentaal en bedenkt vier woorden. Isabel heeft alle Montessori-letterplankjes voor zich liggen en legt steeds de letters neer, die worden gezegd. Zij kan al lezen.

Het is half drie. Ook deze vijf kinderen gaan nu spelen. Het wordt een tikspel in de speelklas. Een groepje meisjes is paddenstoelen aan het vouwen. Christel, die zich bij hen heeft aangesloten, wil haar paddenstoel in een enveloppe als brief aan haar moeder geven. De anderen volgen haar voorbeeld. Als ze bemerken dat de paddenstoel veel te groot is voor de enveloppe, is dat voor hen geen enkel punt. Ze knippen de paddenstoel uit en vouwen hem op. En dan hup de enveloppe in. Om kwart over drie nemen ze de post mee naar huis.

Gerelateerde artikelen

Albert

Het eerste hoofdstuk uit het boek van Aly Liefhebber ‘Kleuters die mogen blijven en hun juffen ook…’ (deel 1) Het hele hoofdstuk is te lezen…

Christel

Het eerste hoofdstuk uit het boek van Aly Liefhebber ‘Kleuters die mogen blijven en hun juffen ook…’ (deel 2) Het hele hoofdstuk is te lezen…

De hut

Het eerste hoofdstuk uit het boek van Aly Liefhebber ‘Kleuters die mogen blijven en hun juffen ook…’ (deel 3) Het hele hoofdstuk is te lezen…

Al op heel jonge leeftijd wist ik dat ik kleuterleidster wilde worden.

Kleuterleidster Al op heel jonge leeftijd wist ik dat ik kleuterleidster wilde worden. Met mijn poppen in een kring speelde ik de juf van mijn…

Alles mag en bijna alles kan bij juf Karina in de klas!

Zo’n zes jaar geleden kreeg juf Karina de vrijheid om bij de kleuters alles aan te pakken. Na vele inspecties en gesprekken heeft ze, samen…

Aankomende evenementen

%d bloggers liken dit: