Al op heel jonge leeftijd wist ik dat ik kleuterleidster wilde worden.

Kleuterleidster

Al op heel jonge leeftijd wist ik dat ik kleuterleidster wilde worden. Met mijn poppen in een kring speelde ik de juf van mijn kleuterschool na. Na de MULO kon ik naar de opleiding. Ik ging naar de Vormschool voor kleuterleidsters in Amersfoort. Dit was een twee – twee opleiding. Twee jaar lager akte en twee jaar hoofdakte. De voorloper van de latere KLOS. Ik voelde me er als een vis in het water. Naast de middag/avondopleiding liep ik het hele jaar elke morgen stage op een kleuterschool. Het tweede jaar op een andere kleuterschool. Vier ochtenden in de week. Woensdag hadden we praktijkles op een school in Amersfoort. Hier moesten we dan een les geven aan een klas uitgezochte kleuters (arme kinderen). Alle mede klasgenoten zaten achter in de klas om te kijken hoe jij het er van afbracht. De lerares Methodiek en Didactiek beoordeelde na afloop de prestatie en deelde dat met de anderen. Ik vond dat heel heftig maar het hoorde bij de opleiding. Gelukkig kwam je maar een of twee keer per jaar aan de beurt. Maar ook het kijken naar hoe anderen het deden was heel leerzaam vooral met de opmerkingen van de docente op het eind. Van de stage ochtenden in de vaste kleuterklas werd veel geleerd. Laatst vond ik nog een dagboek wat we van deze stage moesten maken. Hierin kon ik zien hoe het begin was en hoe ik leerde in die twee jaar. De opleiding zelf bestond uit een scala van vakken. Opvoedkunde en psychologie, didactiek en methodiek waren hoofdvakken. Maar ook Nederlands, biologie, muziek, gymnastiek, tekenen, bordtekenen, spraakvorming en vertellen, lezen en spreken, maatschappijleer, geschiedenis, biologie en natuurkunde, gezondheidsleer en kinderverzorging, tekenen en handarbeid en lichamelijke opvoeding. Gelukkig had ik er een aantal van ook al op de MULO gehad. Op deze opleiding zaten meisjes en vrouwen van allerlei leeftijden. Door de wet op het kleuteronderwijs in 1948 die de bewaarschool verving moesten zij, die al jaren als leidster werkten nu ineens een diploma halen.  De opleiding begon om vier uur en ging door tot acht uur ‘s avonds. We aten met elkaar en hadden dan veel plezier. We zongen samen liedjes van Jaap Fischer en andere artiesten. Ik vond het er na de schoolse MULO fantastisch en ging er met veel plezier naar toe. Bij muziek leerden we blokfluit spelen en noten lezen. Hier heb ik later en ook nu nog heel veel profijt van gehad. De muziekleraar Jaap Zwart, uit de bekende organistenfamilie, vond dat blokfluitgedoe echter niet fijn en liet ons drie stemmige liederen zingen. Dit resulteerde in een optreden in de Joriskerk in Amersfoort. Maar de schoolleiding spoorde hem aan om toch vooral ook die blokfluitlessen te geven. Onze lerares methodiek en didactiek Marijke Ram was zelf kleuterleidster en had twee liedbundels op haar conto staan: ‘Kleuterliedjes voor school en thuis 1en 2’. Deze bundeltjes gebruik ik nog steeds en zijn bij antiquariaten nog verkrijgbaar. We zongen heel veel bij haar en zij leerde ons hoe we dit aan kleuters moesten leren. Elke week moesten we twee liedjes of versjes uit het hoofd kennen en het om beurten aan de anderen voordoen. Hierdoor is mijn rugzak nog steeds goed gevuld met liedjes. Ondertussen leerden we in twee jaar het hoe en wat en waarom van het kleuteronderwijs. Na die twee jaar had ik meteen een baan. Er was een groot verloop in het kleuteronderwijs want als je ging trouwen werd je ontslagen. Ik kreeg toen ik 18 jaar was een klas met aan het eind 40 kinderen van 4 en 5 jaar. Dit was in die tijd heel normaal. Ook normaal was dat de ouders niet of nauwelijks de school inkwamen. Kinderen die gebracht werden, werden voor bij de straat van de fiets gezet en liepen zelf naar de deur. Daar werd gewacht tot die openging en de kinderen naar binnen kwamen. Ze hingen zelf met een beetje hulp van de leidster hun jas op de kapstok en gingen dan bij hun tafeltje zitten. Ouders kwamen alleen bij bijzondere gelegenheden in school.  De hoofdleidster was er altijd als zij of ik vragen hadden. Ik werd heel goed begeleid. Naast dat ik al voor de klas stond ben ik ook de hoofdakte gaan doen. Ik werkte tot half vier en om half zes uur begon de opleiding. Dit was best heel zwaar, want ook het huiswerk was pittig. Maar na vier jaar was ik  volledig bevoegd voor de kleuterklas. Ik kreeg toen zelf stagiaires. Na zes jaar ging ik trouwen en volgde mijn ontslag, maar als eerste mocht ik toch nog het schooljaar afmaken. Een jaar later was het niet meer mogelijk om iemand die trouwde te ontslaan.

Wat leerden we zoal op de opleiding?

Zoals gezegd hadden we veel vakken waar uitgebreid aandacht aan werd besteed. Het Nederlands werd uitgediept en er vooral vervoegingen en dichtvormen herinner ik me nog goed. Opstellen schrijven en boeken lezen over van alles. Bij biologie vooral dieren en planten en hun leefwijze. Maar vooral de vakken die direct met het beroep van kleuterleidster te maken hadden vond ik interessant. Opvoedkunde, psychologie, kinderverzorging, er werd heel veel aandacht aan besteed. En dan natuurlijk alle praktische dingen, zoals vertellen, het waarom en het hoe. Waar let je op en hoelang vertel je. Voorlezen maar vooral ook uit het hoofd vertellen. Ook dit moesten we eens in de zoveel tijd doen voor de mede leerlingen. Vooral de spellessen en het zingen van liedjes vond ik geweldig. We leerden zo heel veel. Nu na zo’n 60 jaar ken ik de meeste liedjes nog. Regelmatig moesten we een schema maken rond een bepaald onderwerp. Dit schema bestond uit een verhaal, een lied, een werkopdracht voor de kinderen met divers materiaal en een spelles. Dit schema moest je uitwerken en in de stage klas waar je was doen. Het duurde ongeveer anderhalf uur. De aanwezige leidster schreef in een schrift wat je goed en fout deed en ging na afloop in gesprek hierover.  Op het eindexamen kreeg je ook zo’n opdracht. Je leverde 5 schema’s in en daar werd er één een dag voor het examen van uitgekozen. Je moest ze allemaal wel voorbereid hebben. De gaven van Fröbel kwamen ook allemaal aan bod. We leerden hoe we ze moesten aanbieden en hoe ze ingepakt moesten worden in de kubusdoosjes. Dit was een heel gedoe, maar  later liet ik de kinderen in de klas er mee spelen en zat ik na schooltijd de doosjes te vullen. De kinderen konden dat nog niet, het was echt te moeilijk. De vouwlessen herinner ik me nog goed en ook daar had ik met het latere origami vouwen heel veel plezier van. Kinderen leerden hoe ze een potlood goed moesten vasthouden, hoe ze moesten knippen en veters moesten strikken. Kortom alle basisvoorwaarden werden in de kleuterklas geleerd. Bij de akte voor hoofdleidster kwamen de praktische dingen zoals het inrichten van een klas. Welke leer- en speelmiddelen moesten gekocht worden en bij wie. Welke meubels en hoeveel enzovoort. Daar moest een begroting voor gemaakt worden. Wat veel werk was dat. Ook werd er geleerd hoe je gesprekken met ouders moest doen. Kortom het was een pittige opleiding, maar ik heb er heel veel aan gehad. Nog steeds gebruik in in mijn eigen boeken heel veel van wat ik toen heb geleerd. Natuurlijk leer je door de jaren heen bij en volg je cursussen. Zo werd het noodzakelijk toen in 1985 de wet op het basisonderwijs van kracht werd dat kleuterleidsters een cursus moesten volgen om volledig bevoegd leerkracht te worden. Twee jaar lang ging ik een keer in de week met anderen naar zo’n cursus en ik vond het heel leuk. Het was wel wat vreemd dat lagere schoolleerkrachten geen cursus hoefden te volgen om met kleuters te kunnen werken. Mijn buurvrouw, ook leerkracht, kwam mij een keer vertellen dat ze het een jaartje rustiger aan mocht doen. Ze kreeg kleuters. Na dat jaartje was ze helemaal opgebrand en is ze gestopt met lesgeven. Het bleek helemaal niet zo gemakkelijk om met kleuters te werken. In de loop der jaren werden er allerlei bijscholingscursussen gegeven aan leerkrachten van de lagere school. Toch wel noodzakelijk omdat kleuters heel anders zijn dan lagere schoolkinderen. Ook de manier van benaderen is heel anders en dat. Leer je niet altijd vanzelf. In de Vrijeschool waar ik de laatste jaren werkte bleven en blijven kleuters nog steeds kleuters. De kleuterleidster blijft daar nog steeds bij de kleuters. Vooral het vrije spel is daar heel belangrijk zowel binnen als buiten.

De begrippen didactiek en methodiek vloeiden vaak in elkaar over. Hier een beschrijving:

Didactiek is onderdeel van de pedagogiek en behandelt de regels en de kunst van het onderwijzen. Het geeft handvatten voor het motiveren van leerlingen en het goed opbouwen van lessen. Om dit goed te kunnen doen zijn natuurlijk bepaalde vaardigheden nodig.

Methode: vaste, weldoordachte manier van handelen om een bepaald doel te bereiken (ook in allerlei samenstellingen, zoals onderwijsmethode, lesmethode, behandelmethode, werkmethode) methodiek: samenhangende set methoden, of een overkoepelende methode die diverse submethoden omvat.

Hennie de Gans-Wiggermans  

Kennis en ervaring van goed kleuteronderwijs mag niet verloren gaan.

 

 

Gerelateerde artikelen

Worden verworvenheden verworpen?

Dit verhaal is geschreven tijdens de KLOS-opleiding door H.S. n.a.v. artikel ‘Verworvenheden van het kleuteronderwijs’ door Helma Brouwers (januari 1983) We hebben dit verhaal teruggevonden…

Van Albert naar Christel

Het eerste hoofdstuk uit het boek van Aly Liefhebber ‘Kleuters die mogen blijven en hun juffen ook…’ Albert Het is alweer acht jaar geleden dat…

Vrij spel vs. methode volgen – Een kijkje in de kleuterklas

In dit artikel duiken we een aantal kleuterklassen in en laten we een aantal kleuterleerkrachten aan het woord om hun verhaal te doen over het…

Vrij spel vs. methode volgen – Een kijkje in de kleuterklas

In dit artikel duiken we een aantal kleuterklassen in en laten we een aantal kleuterleerkrachten aan het woord om hun verhaal te doen over het…

Reacties

Aankomende evenementen

%d bloggers liken dit: